Vanaf 11 september te koop:

covercomplot

Wat beweegt complotdenkers? Zijn het paranoïde geesten of lijkt hun geloof in samenzweringstheorieën eigenlijk nog het meeste op religie? Journalist Maarten Reijnders dompelde zich onder in de wereld van de samenzweringsgelovigen. Hij sprak verscheidene Nederlandse complotdenkers. Van een herhaaldelijk veroordeelde ex-journalist die de jacht heeft geopend op pedo-netwerken tot een anti-vaccinatieactiviste die ervan overtuigd is dat de Holocaust zwaar wordt overdreven. En van een succesvolle ondernemer die meent de moord op John F. Kennedy te hebben opgelost tot een oprichter van een politieke partij die de luchtmacht wil inzetten tegen chemtrails sproeiende vliegtuigen. In Complotdenkers legt Reijnders uit hoe je een samenzweringstheorie kunt herkennen, waarom iedereen wel eens geneigd is om te vallen voor de verleiding van de complottheorie en waarom dat gevaarlijk is.

‘Hilarisch portret van malloten die overal samenzweringen vermoeden’ – Elsevier

‘Ga dat boek lezen, mensen. Het is prettig geschreven en geeft een wonderlijk inkijkje in een wereld waar frustratie, wanhoop en de eigen waarheid regeren. Het geeft aan waar complotdenkers in geloven en waar ze zo hard voor strijden.’ – Chris Klomp

‘Op heel persoonlijke en amusante wijze neemt journalist Maarten Reijnders ons mee op zijn trip door de wereld van de complottheorie. Een genadeloos (h)eerlijk en laagdrempelig boek’ – Panorama

‘Leuk boek, waarbij de lezer wel sterk in zijn schoenen moet staan. Je hoort continu een stemmetje in je achterhoofd zeggen: zou het dan toch…?’ – Nieuwe Revu

Bestellen

Bestel Complotdenkers hier:

bolcom20070

ab20070

Lezen

Voorpublicatie: Hoe Joris Demmink het slachtoffer werd van complotdenkers

 

Is Joris Demmink, tot zijn pensionering in 2012 de hoogste ambtenaar op justitie, een even machtige als misdadige kinderverkrachter die de Nederlandse elite in zijn greep heeft? Of is hij wellicht zelf slachtoffer, van een vendetta die twee multimiljonairs tegen hem voeren?

‘Het dubieuze dubbelleven van een topambtenaar op justitie’, luidt de kop op de cover van de Panorama. In een 24 pagina’s tellend ‘onthullend dossier’ belooft het weekblad in zijn editie van 11 oktober 2003 ‘schokkende feiten’ over een topambtenaar die met de dienstauto jonge jongens zou ronselen en vaste klant zou zijn van een Praags homo-bordeel. ‘Minister Donner, hoe lang staat u dit nog toe?’

Het is dit dossier waardoor Nederland voor het eerst kennismaakt met wat in de daaropvolgende jaren de affaire-Demmink zal gaan heten. Joris Demmink, de topambtenaar op justitie die de Panorama in het vizier heeft, is op dat moment bij het grote publiek nog een volslagen onbekende.

Dat is ruim tien jaar later, als één van de auteurs van het dossier, Henk Krol, in de rechtbank in Utrecht onder ede verklaart over de totstandkoming van het Panorama- artikel wel anders. Veel Nederlanders hebben inmiddels wel eens gehoord van de publiciteitsschuwe Demmink, die op internet voortdurend in verband wordt gebracht met allerlei onverkwikkelijke zaken.

Bij de rechtbank Midden-Nederland vindt in maart en april 2014 een serie getuigenverhoren plaats over de ‘affaire-Demmink’. De verhoren trekken veel aandacht. Een bonte stoet complotdenkers weet de weg naar zittingszaal L, op de vierde verdieping van het gerechtsgebouw in Utrecht, elke dag weer te vinden.

Voor Nederlands bekendste complotdenker Micha Kat, die elke dag plaatsneemt op de voorste rij, moeten de getuigenverhoren voelen als een overwinning. Hij heeft jarenlang aandacht gevraagd voor het vermeende kinder- en machtsmisbruik door Demmink en nu worden er eindelijk officieel mensen gehoord.

Kat kan elke ochtend weer tal van bekenden begroeten die net als hij een bovengemiddeld wantrouwen koesteren tegen de elite. Zo krijgt hij op één van de dagen gezelschap van onderzoeker Pieter Lakeman, die in oktober 2009 nationale bekendheid verwierf met zijn oproep aan spaarders om hun geld weg te halen bij DSB Bank.

Op twee andere verhoordagen is Erwin Lensink van de partij. Bij het grote publiek is Lensink vooral bekend als de man die op Prinsjesdag 2010 een waxinelichthouder naar de Gouden Koets gooide. Aan het eind van de ochtend van zijn tweede bezoek gaat hij op de stoel recht voor mij zitten. Hij draagt zwarte schoenen, gestreepte sokken, een spijkerbroek en een pistachegroen T-shirt met daaroverheen het voor hem karakteristieke oranje sportjack waar op de achterkant een witte ‘9’ prijkt. Naast zijn stoel ligt een zwarte sporttas.

Net op het moment dat de rechter-commissaris aankondigt dat ze het verhoor van Henk Krol wil onderbreken voor de lunchpauze staat Lensink op. Hij wil bewijsmateriaal overhandigen dat de verklaringen van de oud-hoofdredacteur van de Gay Krant ondersteunt, vertelt hij. Volgens Lensink wordt de koninklijke familie namelijk gechanteerd door het pedonetwerk van Joris Demmink.

‘U mag even meelopen met de bode’, reageert de rechter-commissaris. ‘Dat bedoel ik niet onvriendelijk, maar ik heb nu eenmaal geen mogelijkheden om hier bewijsmateriaal aan te nemen.’

Hoewel Lensink het daar niet mee eens is, laat hij zich toch met zachte hand naar buiten begeleiden. ‘Ik wil volgende week aangifte doen tegen de koninklijke familie wegens oplichting en hoogverraad’, zegt hij nog terwijl hij zijn tas pakt.

Enkele dagen later meldt Lensink op Twitter dat hij inderdaad aangifte heeft gedaan tegen Máxima, Willem-Alexander en Beatrix. ‘Voor zeker de derde keer in iets meer dan vijf jaar!’

**

Voor Henk Krol begint de affaire-Demmink op 13 mei 2003 met de arrestatie van Fons Spooren, op dat moment algemeen directeur bij PSV. Terwijl zijn zoontjes van vijf en acht nog liggen te slapen wordt Spooren opgepakt omdat hij op een Eindhovense ontmoetingsplek voor homo’s, het Anne Frank Plantsoen, seks heeft gehad met minderjarige schandknapen. Behalve voor ontucht vervolgt het openbaar ministerie Spooren ook voor poging tot zware mishandeling: de PSV-bestuurder wist namelijk dat hij HIV had toen hij seks had met de jongens.

Na de arrestatie begint de telefoon op de redactie van de Gay Krant te rinkelen, vertelt Krol tijdens zijn verhoor in de Utrechtse rechtbank. ‘De mensen die belden, zeiden dat er iets anders aan de hand was’, aldus Krol. Bij het Anne Frank Plantsoen zou een groepje mannen rondhangen die bemiddelden in contacten met minderjarige jongens in het buitenland. Dit tot irritatie van de reguliere bezoekers van de ontmoetingsplek die niets van dergelijke activiteiten moeten hebben.

Het natrekken van al deze telefoontjes is veel werk, realiseert Krol zich. Hij neemt daarom contact op met Panorama. Hoofdredacteur Frank Hitzert heeft wel oren naar het verhaal: hij stelt voor om er een coproductie van te maken. Het resultaat zal dan zowel in de Gay Krant als in de Panorama verschijnen. Krol ziet het meteen zitten. ‘Het leek me wel leuk, zo’n samenwerking tussen twee van die mannenbladen die heel verschillend zijn.’

Panorama zet verslaggever Fred de Brouwer op de zaak. ‘Het klikte niet meteen tussen hem en mij’, herinnert Krol zich. De verschillen tussen de twee mannen zijn groot. Terwijl Krol er niet aan moet denken om zich in het Anne Frank Plantsoen te vertonen, is De Brouwer er avond aan avond te vinden. ‘Fred is het type rouwdouwer, iemand van de directe aanpak’, legt Krol uit. ‘Hij vond het wel leuk om daar tussen die getrouwde mannen rond te lopen.’

De twee journalisten krijgen het idee dat er ‘met twee maten wordt gemeten’. Volgens de bronnen van De Brouwer zouden namelijk ook ‘een geestelijke, een kinderarts en een hoge ambtenaar uit Den Haag’ zich schuldig maken aan seksuele handelingen met minderjarigen. Waarom worden die met rust gelaten, terwijl Spooren is opgepakt?

Deze ‘klassenjustitie’ wordt de insteek van het dossier dat Henk Krol en Fred de Brouwer voor de Panorama en de Gay Krant schrijven. ‘Onmiddellijk na de arrestatie van PSV-directeur Fons Spooren gonst het Eindhovense “homoplantsoen” van de geruchten’, begint het Panorama-artikel. ‘Waarom is hij wél opgepakt en de andere “hoge omes” niet?’

Eén van de ‘hoge omes’ die volgens de Gay Krant en Panorama de dans ontspringt, is Joris Demmink die in het artikel wordt aangeduid als ‘Pieter-Jan’. Hoewel de bladen zijn naam niet noemen, is voor ingewijden op justitie zonneklaar dat het artikel over Demmink gaat.

Zijn politieke baas, minister Piet-Hein Donner, noemt het stuk meteen na publicatie ‘riooljournalistiek’ en ‘complete onzin’. En ook Demminks advocaat, Harro Knijff, wijst in een NOVA-uitzending alle aantijgingen aan het adres van zijn cliënt van de hand. ‘Mijn cliënt is nimmer in het Anne Frank Plantsoen geweest, mijn cliënt heeft nimmer jongensbordelen bezocht’, verklaart Knijff tegenover Jeroen Pauw. ‘En mijn cliënt heeft zich ook nimmer schuldig gemaakt aan seksuele contacten met minderjarigen.’

Omdat Demmink dreigt een rechtszaak aan te spannen, besluiten Henk Krol en Panorama-hoofdredacteur Frank Hitzert met hem om tafel te gaan zitten. Tijdens het gesprek met de hoofdredacteuren is Demmink afwisselend vriendelijk en boos, zal Krol zich ruim tien jaar later in Utrecht herinneren. De topambtenaar prijst Krols inzet voor de homo-emancipatie, maar hij is woedend over de aantijgingen en insinuaties in het artikel. Die zijn volgens hem stuk voor stuk onjuist.

Krol en Hitzert besluiten door het stof te gaan. Ze publiceren een hoofdredactioneel commentaar waarin ze de topambtenaar vrijpleiten. De betrouwbare bronnen op grond waarvan Panorama en de Gay Krant Demmink eerder aan het kruis nagelden, blijken bij nader inzien toch niet zo betrouwbaar, schrijven ze.

De affaire lijkt als een nachtkaars uit te gaan. Zeker als ook nog eens blijkt dat een jongensprostituee die zich kort na de publicatie in Panorama bij de politie had gemeld als slachtoffer van Demmink, een fantast is. De man, die claimde dat Demmink hem als kind zowel in Tsjechië als in Nederland veelvuldig zou hebben misbruikt, wordt in de zomer van 2004 veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijk wegens het doen van een valse aangifte.

Daarmee keert de rust rond Demmink terug. De schaarse keren dat zijn naam in de daaropvolgende jaren nog opduikt in de pers, is dat niet vanwege zijn vermeende pedoseksuele activiteiten maar gewoon vanwege zijn werk.

Daar komt verandering in op 2 april 2007 als advocaten Adèle van der Plas en Pieter Bakker Schut aangifte doen tegen Joris Demmink. Zij doen dat namens hun cliënt Hüseyin Baybaşin, een man die vanwege zijn betrokkenheid bij drugshandel en moorden ooit de Pablo Escobar van Europa werd genoemd. Baybaşins advocaten beschuldigen Demmink van kindermisbruik in Turkije.

De reden voor de aangifte is dat de Turkse autoriteiten de kennis over dit seksuele misbruik in de jaren negentig zouden hebben gebruikt om Nederland te dwingen om Baybaşin tot levenslang te veroordelen, stellen de raadslieden. ‘Baybaşin moest hangen en de topambtenaar werkte mee om te voorkomen dat hij zelf in Turkije zou worden vervolgd voor pedofilie’, verklaren zij tegenover De Telegraaf.

**

De storm rondom Joris Demmink, die kort nadat Panorama en de Gay Krant voor hem door het stof zijn gegaan is gaan liggen, steekt weer in alle hevigheid op. Verscheidene parlementariërs stellen kamervragen over de aangifte en kranten en actualiteitenprogramma’s beginnen zich wederom in de handel en wandel van de secretaris-generaal te verdiepen.

Ook Micha Kat springt bovenop de zaak. ‘Justitie- SG Joris Demmink gechanteerd met kindersex’, kopt hij drie dagen na de aangifte van Van der Plas en Bakker Schut op zijn website Klokkenluider Online.

‘Volgens de aangifte die zich baseert op een rapport van begin dit jaar van de Turkse overheid zelf heeft premier Tansu Çiller begin 1997 met minister Winnie Sorgdrager van justitie over Baybaşin gesproken waarbij Sorgdrager de opdracht kreeg dat hij “tot zwijgen gebracht moest worden”. Çiller heeft daarbij het Demmink- dossier op tafel gelegd’, schrijft Kat.

‘Sorgdrager en Demmink alsmede de opvolgers van Sorgdrager hebben de “opdracht” van Çiller vervolgens uitgevoerd door Baybaşin voor de rechter te brengen op grond van verzonnen delicten en veroordeeld te krijgen op basis van gemanipuleerd bewijsmateriaal, vooral in de vorm van gefabriceerde telefoontaps.’

Het artikel betekent het startschot van een jarenlange campagne die Kat tegen Demmink zal voeren. Hij publiceert op zijn website het ene na het andere ‘schokkende’ artikel over de secretaris-generaal van justitie. Demmink maakt zich volgens Kat niet alleen schuldig aan het misbruiken van minderjarigen, hij eet ze ook nog eens op.

Om te voorkomen dat dat uitkomt, laat Demmink allerhande klokkenluiders om het leven brengen. Een mysterieuze bende van koelbloedige killers, door Kat aangeduid als de ‘Demmink Squads’, zou om de haverklap journalisten en politici zoals Els Borst uit de weg ruimen.

Met zijn artikelen raakt Kat een gevoelige snaar bij andere complotdenkers. Tal van mensen beginnen Demmink te beschouwen als de kwade genius achter alles wat er mis is met de Nederlandse rechtsstaat.

Op Hyves verschijnt in het najaar van 2008 een pagina waarop de overheid wordt opgeroepen om Demmink te vervolgen. In het straatbeeld duiken stickers op met dezelfde boodschap. Er vinden anti- Demmink-protesten plaats in Haarlem en Den Haag. In de hofstad trekt een groep demonstranten naar het privéadres van Joris Demmink. ‘Joris D., weg ermee, Joris D., weg ermee!’, scanderen ze.

Volgens de samenzweringsgelovigen is de secretarisgeneraal de machtigste man van Nederland. Zij zien zijn hand in alle onterechte veroordelingen en vrijspraken. Hij zou misdadigers de hand boven het hoofd houden en onschuldigen in de gevangenis gooien. Zelf hoeft hij als hoogste ambtenaar op justitie vanzelfsprekend niet te vrezen dat hij voor zijn pedoseksuele activiteiten wordt bestraft. Dankzij zijn functie beschikt hij immers over genoeg kennis over de Nederlandse elite om alle hoogwaardigheidsbekleders door middel van chantage in het gelid te houden.

**

De zaak Demmink trekt ook de aandacht van Jan Poot, de ondernemer die zich zo benadeeld voelt door de rechterlijke macht in de Chipshol-zaal. Nadat hij bij tal van juridische procedures het lid op de neus heeft gekregen, is hij ervan overtuigd geraakt dat de Nederlandse rechtsstaat door- en door verrot is. En de hoogste ambtenaar op justitie is daar wat hem betreft de verpersoonlijking van.

Mensen die Demmink onder vuur nemen, kunnen bij Poot aankloppen voor financiële steun. Maandelijks maakt hij geld over naar Kat. In 2010 brengt hij het grotendeels door Kat gevulde boek De Demmink doofpot uit.

In 2013 financiert Jan Poot de oprichting van de Stichting de Roestige Spijker. De stichting houdt zich volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel bezig met ‘het verwerven van informatie over misstanden bij de overheid en het bijdragen aan de onthulling daarvan alsmede het (doen) bevorderen van onderzoeksjournalistiek op dit terrein’. Op de site van de stichting staat dat zij zich wil ‘beijveren voor onderzoek naar en berichtgeving over onderwerpen waarover niet geschreven mag worden’. In de praktijk is dat echter maar één onderwerp: Joris Demmink.

Het grootste succes boekt Stichting de Roestige Spijker met de voorlopige getuigenverhoren die in maart en april 2014 in de Utrechtse rechtbank plaatsvinden. De verhoren krijgen veel media-aandacht. Dankzij Twitter kan iedereen die in de zaak geïnteresseerd is, live volgen wat de opgeroepen getuigen vertellen.

Omdat de Roestige Spijker de getuigen heeft mogen uitkiezen, ontstaat er tijdens de verhoren een beeld dat allesbehalve positief is voor de inmiddels gepensioneerde secretaris-generaal. De suggestie dat Demmink een recidiverende pedoseksueel is, komt op alle verhoordagen terug. Bijvoorbeeld op 24 maart 2014. Als de Roestige Spijker Klaas Langendoen laat opdraven.

De ex-rechercheur Langendoen werd halverwege de jaren negentig hét symbool werden van alles wat er niet deugde aan de Nederlandse bestrijding van de drugscriminaliteit. Samen met zijn collega Joost van Vondel liet hij informanten uit het drugscircuit tientallen containers met marihuana importeren en doorverkopen.

Het idee was dat de twee rechercheurs op die manier ‘de grote jongens’ uit de Nederlandse drugswereld te pakken konden krijgen. Zover kwam het nooit. In plaats van dat de politie de drugsinformanten aanstuurde, bleken de criminele informanten de politie voor hun karretje te hebben gespannen. Het waren gouden tijden voor de drugscriminelen die honderden tonnen drugs konden importeren zonder dat ze bang hoefden te zijn voor de politie.

Toen dat uitkwam, was de politieke verontwaardiging groot. Tientallen betrokkenen moesten verantwoording afleggen voor de parlementaire enquêtecommissie die onder leiding van Maarten van Traa (PvdA) onderzoek deed naar de opsporingsmethoden van de Nederlandse politie. Langendoen en Van Vondel raakten hun baan kwijt en werden veroordeeld wegens het plegen van meineed.

Inmiddels heeft Langendoen een juridisch adviesbureau. En zo kon het gebeuren dat op een goede dag advocate Adèle van der Plas bij hem aanklopte. Kon Langendoen niet eens onderzoek doen in de zaak- Baybaşin, was haar vraag. En dus reisde Langendoen vanaf 2008 verscheidene malen naar Turkije waar Joris Demmink zich zou hebben vergrepen aan zeker twee minderjarige jongens: Mustafa en Osman.

Langendoen haalt hen in zijn verhoor in Utrecht voortdurend door elkaar, maar dat maakt hun aantijgingen niet minder ernstig. De twee beweren dat ze in de jaren negentig door Demmink zijn misbruikt. Bij een door Langendoen opgezette fotoconfrontatie pikken ze foto van de topambtenaar er feilloos uit. Eén van de twee scheurt de foto zelfs boos doormidden.

Dat klinkt misschien niet best voor Demmink, maar aan de getuigenissen die Langendoen bij Mustafa en Osman afneemt, kleven de nodige eigenaardigheden. Zo vertelt Mustafa dat hij met de auto werd opgepikt in Istanbul, maar dat het misbruik vervolgens plaatsvond in een hotelkamer in Bodrum: zo’n twaalf uur (!) rijden bij Istanbul vandaan.

Met de fotoconfrontatie is eveneens wat geks aan de hand, zo blijkt als Demminks advocaat Harro Knijff daarover vragen begint te stellen aan Langendoen. ‘Klopt het dat u bij uw fotoconfrontatie, behalve een foto van Joris Demmink, ook foto’s van Fred Teeven en Ernst Hirsch Ballin gebruikte’, wil hij weten. Dat blijkt te kloppen.

‘Bent u bekend met het oordeel van het landelijk expertisecentrum bijzondere zedenzaken over uw fotoconfrontatie’, vraagt Knijff. Die hadden inderdaad forse kritiek, moet Langendoen toegeven.

Knijff: ‘Zou het kunnen dat Osman de foto van Demmink al eerder heeft gezien?’

‘Niet dat ik weet’, antwoordt Langendoen.

Demminks advocaat is niet de enige die weinig geloof hecht aan de beschuldigingen van de twee Turken. Datzelfde geldt voor justitie. Het OM haalde Osman eerder al naar Nederland zodat hij zijn aangifte kon toelichten, maar concludeerde dat zijn verklaringen ‘niet consistent en gedetailleerd genoeg’ waren.

Dat Baybaşin baat heeft bij de verklaringen van de twee Turkse mannen staat buiten kijf. Dat hij door zijn betrokkenheid bij de drugshandel een vermogend en invloedrijk man is, staat volgens justitie eveneens vast. Het is verleidelijk om deze twee zaken met elkaar in verband te brengen. Zouden Mustafa en Osman misschien betaald zijn om een valse verklaring af te leggen?

Baybaşins advocate denkt van niet. ‘Het is totaal onmogelijk dat hij zoiets zou kunnen organiseren’, zegt ze in een interview met de Volkskrant. ‘Hoe zou Baybaşin dat hebben moeten regelen? Hij wordt in de gevangenis afgeluisterd door alles en iedereen. Bovendien is er geen geld voor zo’n actie. Op het hele vermogen van Baybaşin en zijn familie is door het OM beslag gelegd.’

Nee, volgens Van der Plas is Baybaşin gewoon het slachtoffer geworden van een opzetje van de Turkse geheime dienst die te veel van Demmink zou afweten.

Het is een opvatting die door Langendoen wordt gedeeld. ‘Ik kan geen 100 procent bewijs leveren, maar ik durf de stelling wel aan dat de top van justitie is gechanteerd door Turkije’, verklaart hij in Utrecht.

De alternatieve verklaring is dat Langendoen zich opnieuw voor het karretje van een drugscrimineel heeft laten spannen.

**

De roddels over Demminks vermeende voorkeur voor minderjarige jongens gaan al jaren op het ministerie van justitie. Hoe die verhalen zijn ontstaan, valt onmogelijk meer te achterhalen. Dat Demmink homo is, zal ongetwijfeld een rol hebben gespeeld. Dat hij als rijzende ster op het ministerie her en der wat vijanden heeft gemaakt waarschijnlijk ook.

Tot slot lijkt er sprake te zijn van een persoonsverwisseling. In de jaren negentig wordt een ambtenaar van het ministerie van VWS, Joris F., tot 240 uur dienstverlening veroordeeld. Deze Joris wordt herhaaldelijk verward met Joris Demmink.

Enig bewijs voor Demminks pedoseksuele activiteiten bestaat er niet. Dat blijkt wel als de roddels die op justitie al enige tijd de ronde doen, via Panorama en de Gay Krant in 2003 naar buiten komen. De twee tijdschriften moeten hun beschuldigingen aan het adres van de topambtenaar weer intrekken onder dreiging van een rechtszaak.

Dat de geruchten over Demmink enkele jaren later toch weer de kop opsteken, is te danken aan mensen als Micha Kat, de familie Poot, Hüseyin Baybaşin en Adèle van der Plas. Zij zorgen er vanaf 2007 voor dat het vermeende kindermisbruik door de topambtenaar voortdurend in het nieuws blijft.

Hüseyin Baybaşin en Jan Poot hebben een duidelijk belang om Demmink in het beklaagdenbankje te krijgen. Baybaşin is tot levenslang veroordeeld en grijpt begrijpelijkerwijs elke strohalm aan om eerder vrij te komen.

En Poot doet alles om de Nederlandse overheid in het algemeen en justitie in het bijzonder in diskrediet te brengen. Die hebben er volgens hem immers voor gezorgd dat zijn droom van een luchthavenstad bij Schiphol nooit werkelijkheid is geworden.

Volgens Micha Kat heeft Demmink ‘waarschijnlijk honderden kinderen’ misbruikt. Tot op heden zijn er vier mannen naar voren gekomen die zeggen dat zij het slachtoffer zijn van de gewezen topambtenaar. Twee Turken en twee Nederlanders. In alle gevallen betreft het misbruik dat decennia geleden zou hebben plaatsgevonden.

Zo zou Demmink de Turkse mannen in de jaren negentig hebben verkracht. Maar naar eigen zeggen is Demmink helemaal niet in Turkije geweest in de jaren negentig. Als Demmink de waarheid spreekt – en vooralsnog is er nog geen snipper bewijs dat Demmink in dat decennium, of daarna, in Turkije is geweest – dan maakt dat de Turkse getuigenissen volstrekt ongeloofwaardig. Het heeft er alle schijn van dat de twee mannen zich voor het karretje van de tot levenslang veroordeelde Baybaşin hebben laten spannen.

Zijn de twee Nederlandse mannen geloofwaardiger? Nauwelijks. Frank, de eerste man die zich rondom de publicaties in Panorama en de Gay Krant meldde, bleek een fantast. Hij werd veroordeeld wegens het doen van een valse aangifte tegen Demmink.

De tweede man, Bart die in Utrecht heeft verklaard en daarna ook nog een eigen procedure aanspande bij de Amsterdamse rechtbank, lijkt zwaar getraumatiseerd door het misbruik in zijn jeugd. Dat is vanzelfsprekend bijzonder tragisch, maar hij zou niet de eerste zijn die als gevolg van de aldus opgelopen psychische stoornissen de ene na de andere bizarre verklaring aflegt.

Hoewel bewijs tegen Demmink ontbreekt, nemen politie en justitie de aantijgingen aan het adres van de hoge ambtenaar wel degelijk serieus. Afgaande op verklaringen van verscheidene oud-rechercheurs en oud-hoofdofficier van justitie Hans Vrakking duikt de naam van Demmink in de tweede helft van de jaren negentig bijvoorbeeld kort op tijdens een onderzoek naar het misbruik van minderjarigen.

Demmink is niet de enige justitiemedewerker die in die tijd in verband wordt gebracht met kindermisbruik. Ook twee hoofdofficieren worden beschuldigd. De politie onderzoekt hen maar kan niets vinden. De belangrijkste ‘getuige’ is een leugenachtige crimineel die de dochter van zijn vriendin heeft verkracht. Eén van de mannen om wie het onderzoek draait, een bordeelhouder die uiteindelijk ook wordt veroordeeld, ontkent bij hoog en bij laag dat hij Demmink en andere hoogwaardigheidsbekleders ooit heeft gezien.

Voor complotdenkers vormt het politieonderzoek uit de jaren negentig naar Demmink nog altijd hét bewijs dat de voormalige topambtenaar niet deugt. Maar je kunt dit onderzoek net zo goed zien als het bewijs dat het eigenlijk wel snor zit met de Nederlandse rechtsstaat. Dat ook een hoge justitieambtenaar en verscheidene hoofdofficieren gewoon worden onderzocht, als er een verdenking bestaat, logenstraft immers het idee dat ‘de hoge heren’ overal mee wegkomen.

Ook om die reden lijkt de  complottheorie dat de Nederlandse overheid zich door Turkije zou hebben laten afpersen met informatie over de pedoseksuele praktijken van Joris Demmink zo onwaarschijnlijk. Want waarom zou de minister van justitie – destijds Winnie Sorgdrager – door de knieën gaan voor Turkse chantage? Waarom zou zij haar fiat geven aan het vervalsen van bewijs tegen een onschuldige man om zo een hoge ambtenaar te redden? En waarom zou een officier van justitie vervolgens meewerken aan zo’n nepproces?

Zo denkt Diederik Aben, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, er ook over. Hij acht Van der Plas’ theorie erg onwaarschijnlijk, laat hij in 2012 weten naar aanleiding van een herzieningsverzoek dat Baybaşins advocaat bij het hoogste Nederlandse rechtscollege heeft ingediend.

Als Turkije werkelijk heeft geprobeerd om Nederland af te persen met bewijzen van Demminks vermeende voorliefde voor jonge jongens, dan zou de minister van justitie volgens Aben een enorm risico nemen door haar ambtenaar te beschermen. ‘Het afbreukrisico van een “cover-up” is vele malen groter dan het ontslag en eventueel de vervolging van die ambtenaar’, schrijft hij over de vermeende betrokkenheid van Sorgdrager bij het uit de wind houden van Demmink.

Sorgdrager had Demmink, die tijdens haar ministerschap nog geen secretaris-generaal was, zonder problemen de laan uit kunnen sturen als hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan kindermisbruik. ‘Demmink was niet onmisbaar’, schrijft Aben. ‘Voor hem een ander.’

In ‘Complotdenkers’ nog veel meer over de affaire-Demmink, maar ook over tal van andere complottheorieën, zoals die over 11 september, de moord op John. F. Kennedy, vaccinaties en chemtrails. Bestellen kan hier.